Monstrans- of Heilige Geestbonen

Hilvarenbeek, Zaragossa en Compostella
door Cees Prinsen

HILVARENBEEK - Heemkundigen als ik laveren tussen de natuur, de omgeving, het volksgeloof en de historie. Dan kom ik te spreken over mijn bonenoogst van dit jaar. Ik doel op monstransbonen, die in het volksgeloof een aardige plaats innemen. Ze zouden geluk, heil en voorspoed brengen als men ze bij zich draagt. Niet dat ik nog zo fel moestuin houd als in de jaren tachtig van de twintigste eeuw, maar zeker dit jaar beloofden mijn groene klimmers veel goeds.


Teruggaand in de geschiedenis weten we dat bonen nog tot in de achttiende eeuw een der bestanddelen waren van het hoofdvoedsel in de stad en op het platteland. Toen deed de aardappel zijn intrede in onze gewesten – eerst als veevoer – en won steeds meer veld. De boon, ofschoon voedzamer en meelrijker dan de patat, werd van de akkers verdrongen naar de moestuin. Destijds was er nog geen sprake van de onze huidige prinsessenboon en boterboon. Het was de labboon (boerentenen) die door de mensen werd verbruikt en de paardeboon die tot voedsel voor de dieren strekte. Zo vond ik tussen de inboedel van een voorvaderlijke boerderij Bergmans in Heukelom een tiental jaren geleden nog drie zeer zeldzame bonenmanden. Het zijn manden van grote omvang, licht conisch en geheel van stro gevlochten, dat door kertelen van gekloven braamstengels samen wordt gehouden zoals het vlechtwerk van een bijenkorf. Deze techniek wordt ook spiraalvlechtwerk genoemd en is wereldwijd bekend. De familie moet destijds grote voorraden bonen hebben opgeslagen op de zolder van hen, helaas omgestoten, boerderij.
Tussen haakjes: een moneymaker probeert nu op een andere plaats de boerderij te ‘restaureren’. Gelukkig zijn de manden door me gered en aan museum ‘t Oude Slot in Veldhoven geschonken.

Aardig in dit verband is het Limburgse vertelseltje Van de verfoeide bonen:
Daar was eens een oude mens uitbesteed bij gierig volk dat hem niets anders dan bonen en erwten te eten gaf. Dit om maar gauw van hem af te geraken. Maar de oude kreeg een slimme gedachte en riep:
‘Bonen zullen mij kronen,
Aten (erwten) zullen mij baten,
Zutemelk en wittebrood dat is m’n dood!’

Toen gaven ze hem niets anders dan zoetemelk en wittebrood om hem gauw te doen sterven. Maar dat was precies wat de bestedeling graag at!
Ook bekend was het verschijnsel dat er tijdens de bloeitijd van de bonen velen verdwaasd raakten door de bedwelmende geur. Zelfs de oude schrijver Rembert Dodoens uit de zestiende eeuw getuigt:
’Het Boonenbloeysel is wel lieffelyck van reuck, maar hindert nochtans de herssenen die niet sterck, maer haest beroert sijn. Sommighe willen de boonen niet gebruycken omdat sij de sinnen beroeren ende grof bloet ende plomp verstant maecken ende beroerlycke droomen veroorsaecken.’
Ook de Duitsers zeggen: Er hat Bohnen gegessen – hij is stomp van begrip. Deze uitdrukking komt overeen met de onze: hij is in de bonen. In een Vlaamse almanak van 1787 vinden we nog het distichon: Door het bloeysel van de Boonen, zal zich menig zot vertoonen.

Om kort te gaan: mijn bonenoogst die in 1996 was gestart met enkele zeer moeizaam verkregen exemplaren bereikte dit jaar een goede productie.
Met wat fantasie herken je op de navel van de boontjes een afbeelding van een monstrans met daarin de witte hostie. Maar wie kent nog monstrans en hostie? Wel worden deze boontjes steeds meer als amulet gebruikt en lang niet alleen door bijgelovige katholieken. Ze schijnen verwant te zijn aan de ‘black-eye-beans’ uit het Middellandse zeegebied. Althans, bij mijn bezoek aan diverse dorpswinkeltjes en bazaars in Rhodos en Turkije vond ik soortgelijke typen. In het Turks heten ze ‘zwarte neusjes’. Het viel me op dat daar de bonen met zakken tegelijk worden verhandeld en dat er een grote variatie in soorten was.

Zaragossa en piláricas

De meest interessante belevenis hadden Anneke en ik tijdens onze vakantie in 2002 in het Spaanse El Masnou, iets boven Barcelona. Tot onze grote verrassing zagen we daar in een supermarkt een volle zak monstransboontjes, die door de strak geklede verkoopster piláricas werden genoemd. Tot onze verbazing begint dat jonge ding enthousiast te vertellen over ‘La Básilica de la Virgen del Pilar es la mas extraordinaria que tiene España como prueba …’
‘Hou maar op, please stop, too quick’ probeerden wij het meisje haar geratel te laten stoppen. Zonder mankeren ging ze over in rap Duits. Zien wij er uit als Duitsers? Dan maar in het Engels. En wat vertelde ze nou? Deze merkwaardige boontjes, in het Latijn Vigna unguiculata genaamd, hebben in het Spaanse volksgeloof een ongehoorde plaats ingenomen.

Nadat Christus was gekruisigd, opgestaan en ten hemel gevaren, begonnen zijn apostelen met het verspreiden van zijn woord. In aanvang natuurlijk alleen in Palestina, maar later ook in de rest van het Romeinse rijk. Een van die apostelen, Jocobus de Meerdere, een broer van de evangelist Johannes, reisde regelmatig naar West-Spanje. Tijdens zijn verblijf in Zaragossa werd hij door de tegenvallende resultaten van zijn werk mismoedig. Het verhaal wil dat hij op een dag diep in gebed was, toen plotseling de Heilige Maagd aan hem verscheen. Zij gaf hem een kleine beeltenis van haarzelf en een zuil van jasperhout. Zij vroeg hem tevens een kerk ter ere van haar te bouwen.
Later belandden volgens de legende de botten van de H. Jacobus in Compostella. Een plaats waar al velen uit onze contreien ter bedevaart zijn geweest.
De beeltenis en de houten pilaar zijn nog steeds in Zaragossa te zien tijdens speciale diensten in de kathedraal. Jacobus regelde dat er een kapel werd gebouwd die in de zestiende eeuw uitgroeide tot enorme proporties. Deze eerste kapel van Jacobus wordt nog steeds beschouwd als de eerste Mariakapel ooit. Aardig in dit verband is ook het huisje van Maria in Turkije waar zij ook vertoefd zou hebben…
Door de Romeinen werd Jacobus in het open veld begraven. De koningin in die dagen was zo onder de indruk van het werk en de wonderen die Jacobus had verricht, dat ze zich tot het christendom bekeerde. Acht eeuwen later werd de kathedraal gebouwd op de plaats waar een man het graf van Jacobus terug vond. Het graf werd gevonden doordat een ongewone formatie van drie nagenoeg even heldere sterren in het sterrenbeeld Orion die richting in wees. De plaats was zoals te vermoeden: Compostella!

Terug naar de supermarkt. Het juffie was niet meer te stuiten. Wij waren als ‘Duitsers’ voor haar blijkbaar een welkome afleiding in haar verkoopleventje. En nu komt het: de afbeelding op de boontjes was niet ‘el monstanza’ maar een teken van de wonden op de knietjes van het kindje Jezus gedragen door Onze Lieve Vrouw van de Pilaar in Zaragossa! Volgens haar waren die wondjes van het kleintje een voorafbeelding van de latere wonden die Jezus opliep bij de drie vallen onder de last van zijn loodzware kruis.
We waren erg onder de indruk van dit volkse verhaal. Temeer daar dit met zoveel kennis werd verteld door een moderne, jonge Spaanse die trouwens zelf Pilar heet, zoals honderdduizenden op het Spaanse platteland.
Natuurlijk hebben we een kilo of wat van die curieuze boontjes laten wegen. Zo’n verhaal mag enkele euro’s kosten. Bovendien waren het boontjes met een bruine in plaats van zwarte afbeelding. Volgend jaar zal ik ze weer leggen zodat ze zich langs de bonenstaak kunnen verheffen. Toen we later in Barcelona een prentje kochten en beeldjes zagen van ‘El Pilar’, was daar op die minuscule knieën van de kleuter duidelijk een wondje te zien. Maar hoe is die cultus nu naar onze streken overgewaaid?

Verhalen uit het Limburgse Melderslo, waar de onlangs overleden pastoor deze bonen voor zijn parochianen meebracht, wijzen naar de Eerste Wereldoorlog. Een pastoor had daar tegen het invallend gespuis zijn kerkschatten onder de grond verstopt en er bonen op geplant. Toen ze werden gedopt, ontdekte hij die vreemde afbeelding erop. Een godswonder dat ervoor had gezorgd dat het kerkzilver niet werd buitgemaakt.

Soorten

Zelf bezit ik nu drie typen: een langwerpig met een paarse afbeelding en een nagenoeg rond type zoals op de foto. Eén met een zwarte en sinds die vakantie een soort met een bruine afbeelding.
Navraag bij gekende Kempische zaadhandelaren leverde alleen de zwarte variëteit op. Vertegenwoordiger Henri van de Steen van Novartis Seeds, een grote zaadhandel in Enkhuizen, heeft geen verklaring voor deze curieuze tekening. Hij houdt het uiteraard op een natuurlijk fenomeen. Volgens hem kan het geen genetische modificatie zijn. Ook Neutkens in Vessem kent ze, maar kan ze slechts mondjesmaat leveren.
Concluderend is het duidelijk dat de monstransbonen in zuidelijke landen goed gedijen en daar ook op grote schaal worden gegeten. Wij hier ‘bidd’n nie vur bruune bone’.
Bij mijn voordrachten voor historische verenigingen, senioren en damesclubs deel ik altijd wat zelfgeteelde monstransboontjes uit. Mensen nemen ze mee als was het goud. Kennisjes die zo graag op die gevaarlijke paarden rijden stoppen er eentje in hun cap. Mijn zusje Anneke had er een boven haar ziekenhuisbed hangen op de intensive care. Ze is weer thuis.

terug naar de home pagina? klik hier